Nieuw |
|---|
Manier van “denken” en leren van uw hond
Honden zien mensen als honden en mensen zien honden als mensen. Een hond maakt zijn bedoelingen
overwegend duidelijk door middel van lichaamshoudingen en door het vertonen van bepaald gedrag (er
zijn meer dan 70 bekende gedragskenmerken bij een hond). De mens communiceert overwegend door
middel van spraak/geluid. Hier zit meteen het grootste struikelblok voor de baas/hond verhouding en de
oplossing. De hond kan zich niet verplaatsen in de gedachten van een mens, maar wij kunnen ons wel
verplaatsen in het gedrag van honden en daardoor ongewenst gedrag voorkomen of verhelpen. Door een
bepaalde houding aan te nemen kunnen wij aan de hond laten zien wie de leiding in handen heeft op een
natuurlijke manier. Uit onze houding kan de hond afleiden of wij zelfverzekerd of angstig zijn. De hond
kan uit onze uitstraling opmaken wat onze bedoelingen zijn maar ook andersom. Wij kunnen ook uit het
gedrag van de hond bepalen wat zijn bedoelingen zijn. Dat betekent dat de mens en de hond elkaar
kunnen begrijpen. Wellicht op een eenvoudig niveau, maar een hond denkt ook eenvoudig. Een hond
maakt combinaties tussen a en b en kiest vervolgens hetgeen hem het meeste oplevert. De hond peinst
niet over het verleden en denkt zeker niet over de toekomst, maar leeft uitsluitend in het hier en nu. Zijn
hersenen slaan alle ervaringen op en samen met het erfelijk materiaal bepaalt dat zijn gedrag. De
omgang met uw hond bestaat uit een constante stroom van momenten, waarin keer op keer bepaald
wordt waar u zich bevindt in de rangorde. Uw positie kan in elke situatie veranderen en draagt bij in de
algemene verstandhouding met uw hond.
Vrijwel alle gedragsproblemen ontstaan door een verkeerde baas/hond verhouding. Doorgaans ontstaat
een verstoorde baas/hond verhouding door bepaalde gewoontes. Gewoontes die op zich heel onschuldig
zijn in onze ogen, maar die uiteindelijk heel bepalend zijn voor het gedrag van de hond tegenover zijn
baas. Verkeerde communicatie tussen de hond en de mens is dus het grootste struikelblok. Binnen een
hondenroedel heerst een rangorde. Degene met de meeste privileges is de leider! Ondergeschikte honden
proberen verschillende privileges te bemachtigen om uiteindelijk de leiding over te nemen. De leider
beschermt zijn privileges om de leider te kunnen blijven. Met dit in ons achterhoofd gaan we de volgende
situaties eens bekijken: (1) de hond mag overal slapen, midden in de huiskamer of in een deuropening.
Hij gaat liggen op de meest onmogelijke plaatsen en zelfs dan stoort u hem niet. (2) De hond krijgt het
eerst te eten. (3) De hond wint alle spelletjes. Bovendien bepaalt hij wanneer er gespeeld wordt. (4)
Iedere keer wanneer u de huiskamer binnenkomt, begroet u de hond. (5) De hond mag als eerste door
de deuropening. (6) Als de hond om aandacht vraagt, reageert u onmiddellijk.
Door het toestaan van (onder andere) deze gedragingen, geeft u de hond bepaalde rechten. Deze
situaties bevestigen uw onderdanigheid tegenover de hond. Nog erger, u bevestigt het idee dat de hond
uw leider is. Althans, in de gedachte van een hond. Aangezien het feit dat de rechten van een leider ook
plichten met zich mee draagt, gebeurt het volgende: (1) De leider leidt de roedel. Vandaar dat de hond
voorop loopt en trekt aan de lijn. (2) Als de hond losloopt, rent hij om u heen. Om zijn roedel bij elkaar
te houden. (3) Zoals een goede leider betaamt, beschermt hij zijn roedel. Voor de hond een reden om
anderen (honden) op een afstand te houden door te grommen en/of te bijten. (4) Het startsein geven
voor de jacht. Hetgeen betekent achter fietsers, brommers of trimmers aan jagen. (5) Tegen bezoekers
blaffen met het idee dat de hond zijn territorium moet verdedigen.
De hond is dus niet “vals” aan het worden, maar is bezig zijn verantwoordelijkheden te dragen. De
verantwoordelijkheden die het leiderschap nu eenmaal met zich mee dragen. Zonder dat u het zelf in de
gaten heeft, creëert u ongewenst gedrag. Door een andere houding aan te nemen tegenover de hond
kunt u het leiderschap weer overnemen. En met het leiderschap ook de bijbehorende plichten.
Er bestaan twee soorten gedrag: gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Het gedrag van honden is altijd
natuurlijk of aangeleerd gedrag. Werkelijke gedragsstoornissen komen nauwelijks voor. Een hond
reageert overwegend op ons gedrag. Die respons kunt u dan gewenst of ongewenst noemen. Ongewenst
gedrag kan ook ontstaan door een verkeerde raskeuze. Een jachthond jaagt en valt niet zo snel
indringers aan in huis. Een waakhond blaft tegen indringers, het is tegen zijn natuur in om dat niet te
doen. Als een hond niet begeleid wordt in zijn genetisch bepaalde aanleg, dan zal hij daar zelf inhoud aan
geven. Op dat moment kan het gedrag ongewenst worden. U moet zich bedenken dat een hond van
oorsprong voor zijn eten moest werken. Tegenwoordig is dat niet meer noodzakelijk voor de hond. Er
ontstaat daardoor wel een enorme verveling die niet is te verhelpen door alleen maar lange wandelingen
te maken. Een aantal problemen kunt u oplossen door meer met de hond te gaan doen. Hierbij kunt u
bijvoorbeeld denken aan (gehoorzaamheids)training, mentale training en spelen. Bij het spelen is
natuurlijk wel van belang om de rangorderegels te handhaven. In het kort komt het erop neer dat u het
spel begint, eindigt en altijd wint. Als u hiernaast dan ook de natuurlijke rangorde regels hanteert, kan het bijna niet mis gaan met het gedrag van uw hond.